BTW en zonnepanelen

In deze tijd van verduurzaming is het investeren in zonnepanelen iets wat steeds vaker voorkomt. Wij zetten een aantal aandachtspunten voor u op een rij.
11 feb 2021 Laatst gewijzigd: 16 jul 2021 Kennis mr. Carola van Vilsteren

Particulier schaft zonnepanelen aan en wordt BTW-ondernemer

Een particulier die zonnepanelen op zijn woning laat plaatsen, de opgewekte energie voor zijn eigen woning gebruikt en vervolgens de resterende energie levert aan een energiemaatschappij is BTW-ondernemer. Over de aan de energiemaatschappij geleverde energie en over het privé gebruik is BTW verschuldigd. Daar staat tegenover dat de BTW op de investering in zonnepanelen in aftrek kan worden gebracht. 

Omdat in de praktijk in verband met saldering niet altijd eenvoudig is vast te stellen hoeveel elektriciteit wordt geleverd kan ervoor gekozen worden de verschuldigde belasting te bepalen volgens een forfaitaire regeling. Bij toepassing van de forfaitaire regeling mag geen BTW in rekening worden gebracht over de geleverde energie. De hoogte van de verschuldigde BTW is afhankelijk van de capaciteit (wattpiek per jaar) van de zonnepanelen.

De volgens de forfaitaire regeling verschuldigde BTW voor niet-geïntegreerde zonnepanelen bedraagt:

Capaciteit in wattpiek per jaar Verschuldigde BTW in €
0 - 1000 20
1001 - 2000 40
2001 - 3000 60
3001 - 4000 80
4001 - 5000 100
5001 - 6000 120
6001 - 7000 140
7001 - 8000 160
8001 - 9000 180
9001 - 10000 200

De volgens de forfaitaire regeling verschuldigde BTW voor geïntegreerde zonnepanelen bedraagt:

Capaciteit in wattpiek per jaar Verschuldigde BTW in €
0 - 1000 5
1001 - 2000 10
2001 - 3000 20
3001 - 4000 30
4001 - 5000 40
5001 - 6000 50
6001 - 7000 60
7001 - 8000 70
8001 - 9000 80
9001 - 10000 90

Toepassing van de omzet gerelateerde vrijstelling van omzetbelasting (OVOB)
Door na het jaar van investeren te kiezen voor de OVOB (vroeger: kleine ondernemersregeling KOR) bestaat in het jaar van investeren recht op teruggave van BTW en wordt de eigenaar van zonnepanelen daarna niet geconfronteerd met administratieve lasten en hoeft geen BTW-aangifte te worden gedaan. De OVOB is van toepassing indien op jaarbasis niet meer dan € 20.000 BTW belaste omzet wordt behaald. 

Aandachtspunt hierbij is wel dat door toepassing van de OVOB na het jaar van investeren kan krijgen met een jaarlijkse verplichte gedeeltelijke terugbetaling van BTW.  Dit betekent dat bij niet-geïntegreerde zonnepanelen gedurende vier jaar steeds 1/5 deel van de teruggevraagde BTW terugbetaald moet worden aan de Belastingdienst. Bij geïntegreerde zonnepanelen moet  gedurende 9 jaar steeds 1/10 deel van de teruggevraagde BTW jaarlijks terugbetaald worden. Bij een investeringsbedrag van minder dan € 14.404 (inclusief BTW) voor niet-geïntegreerde zonnepanelen vindt geen herziening plaats. Voor geïntegreerde zonnepanelen geldt een maximaal investeringsbedrag van € 86.428 (inclusief BTW) onder welk bedrag geen herziening hoeft plaats te vinden.

Voorgaande komt erop neer dat geen herziening aan de orde is indien de BTW op de investering in niet geïntegreerde zonnepanelen minder is dan € 2.500/ de BTW op de investering in geïntegreerde zonnepanelen minder is dan € 5.000. 

Voorbeeld geïntegreerde zonnepanelen:
Henk en Marie kopen in 2020 geïntegreerde zonnepanelen ter waarde van € 90.000 (inclusief BTW). Zij vragen de BTW terug in 2020. Vanwege het feit dat zij geïntegreerde zonnepanelen aankopen mogen zij slechts 1/3 van de BTW op de zonnepanelen aftrekken. Zij kiezen ervoor om in het jaar na de investering (2021) deel te nemen aan de OVOB.
Henk en Marie hebben € 90.000 (inclusief BTW) geïnvesteerd. Dit betekent dat er € 15.620 (21/121 * 90.000) aan BTW betaald is. Zij  mogen 1/3 aftrekken want het betreft geïntegreerde zonnepanelen: € 15.620 * 1/3 = € 5207. De herzieningsperiode voor geïntegreerde zonnepanelen is 10 jaar: € 5207/10 = € 521. 
€ 521 is meer dan € 500 dus Henk en Marie zullen geconfronteerd worden met een herziening en moeten BTW terugbetalen. Henk en Marie hebben meer dan € 86.428 geïnvesteerd in geïntegreerde zonnepanelen, hebben daarna deelgenomen aan de OVOB en moeten BTW terugbetalen.

Voorbeeld niet-geïntegreerde zonnepanelen:
Henk en Marie kopen in 2020 niet-geïntegreerde zonnepanelen ter waarde van € 12.000 (inclusief BTW). Zij vragen de BTW terug in 2020. Zij kiezen ervoor om in het jaar na de investering (2021) deel te nemen aan de OVOB.
Henk en Marie hebben € 12.000 (inclusief BTW)(minder dan € 14.404) geïnvesteerd. Dit betekent dat er € 2.083 (21/121 * 12.000) aan BTW betaald is. De herzieningsperiode voor niet-geïntegreerde zonnepanelen is 5 jaar: € 2.083/5 = € 417. 
€ 417 is minder dan € 500 dus Henk en Marie hoeven geen BTW terug te betalen. Henk en Marie hebben minder dan € 14.404 geïnvesteerd in niet-geïntegreerde zonnepanelen, hebben daarna deelgenomen aan de OVOB en betalen geen BTW terug.

Deelname aan de oude kleineondernemersregeling
Deelname aan de OVOB is als hoofdregel minimaal 3 jaar en vervalt dan alleen indien de omzet behaald met de exploitatie van de zonnepanelen in een jaar meer bedraagt dan € 20.000. Indien een zonnepaneelhouder zich in 2019 of eerder heeft aangemeld voor de oude kleineondernemersregeling dan is deze zonnepaneelhouder, vanaf 1 januari 2020, automatisch aangemeld voor de OVOB. Voor zonnepaneelhouders die automatisch over zijn gegaan naar de OVOB geldt de 3-jaars termijn niet, zij kunnen zich binnen deze 3 jaar afmelden voor de OVOB.

Dit kan bijvoorbeeld van pas komen indien een zonnepaneelhouder zijn zonnepanelen wilt uitbreiden. Vanwege het feit dat de zonnepaneelhouder binnen de 3-jaarstermijn kan afmelden kan de zonnepaneelhouder, indien de zonnepaneelhouder zich afmeldt van de OVOB, de zonnepanelen aanschaffen en de BTW terugvragen. Een consequentie daarbij is dat de zonnepaneelhouder, gedurende 3 jaren, niet kan deelnemen aan de OVOB en BTW-aangifte moet doen. 

BTW aftrek op bouwkosten woning
Volgens de Belastingdienst kan een zonnepaneelhouder de BTW op de bouwkosten van zijn nieuwbouwwoning niet terug vragen. Het standpunt van de Belastingdienst is zowel voor geïntegreerde als niet geïntegreerde zonnepanelen door het Hof bevestigd. Lees een uitspraak van het Hof over geïntegreerde zonnepanelen en een uitspraak van het Hof over niet geïntegreerde zonnepanelen.

Advocaat-Generaal (A-G) Ettema heeft in de cassatieprocedure van arrest Hof Arnhem-Leeuwarden, 7 mei 2019, zijn twijfels geuit of er inderdaad geen BTW aftrek is op bouwkosten van een nieuwbouwwoning. In zijn conclusie stelt hij zich erg twijfelachtig op ten opzichte van de vraag of een nieuwbouwwoning als BTW-ondernemer wordt verworven. In deze casus was namelijk al beslist door het Hof dat belanghebbende het pand heeft verschaft in de hoedanigheid van BTW-ondernemer, waardoor de Hoge Raad hier niet meer inhoudelijk op in mag gaan. A-G Ettema noemt hierbij bijvoorbeeld wel dat het verhuren van een werkruimte aan één van de partners meeweegt in de vraag of de nieuwbouwwoning als BTW-ondernemer is verworven. Daarnaast moeten de nieuwbouwwoning feitelijk en meer dan volstrekt verwaarloosbaar voor een met BTW belaste economische activiteit worden gebruikt, iets wat ook discussie kan opleveren.

De voorgestelde berekening van de mate van aftrek zal doorgaans beter uitvallen voor belastingplichtige aangezien A-G Ettema aangeeft dat het te ver gaat om het werkelijk gebruik aannemelijk te maken aan de hand van objectieve en nauwkeurig vast te stellen gegevens. 

Helaas is de conclusie van A-G Ettema niet juridisch bindend en bestaat er een kans dat de Hoge Raad af zal wijken van deze conclusie. Maar met deze onzekerheid is het niet onverstandig om, indien dat mogelijk is, een bezwaar in te dienen tegen de afwijzing van BTW aftrek op nieuwbouwkosten. 

Geen recht op aftrek BTW bij 90% of meer privégebruik
Op 18 december 2020 heeft de Europese Commissie, middels haar uitvoeringsbesluit, Nederland gemachtigd een bijzondere maatregel in te voeren die afwijkt van de BTW-richtlijn. De afwijkende maatregel houdt in dat er geen recht bestaat op aftrek van BTW wanneer goederen en/of diensten voor meer dan 90% worden gebuikt voor privédoeleinden. De bijzondere maatregel strekt ertoe de procedure voor de inning van de btw te vereenvoudigen en bepaalde vormen van belastingontduiking of -ontwijking te voorkomen. De Europese Commissie machtigt Nederland om deze maatregel toe te passen tot en met 31 december 2023. 

Indien Nederland een verlenging van de bijzondere maatregel na 2023 nodig acht, moet Nederland de Commissie uiterlijk 31 maart 2023 verzoeken om een verlenging. Dit kan gevolgen hebben voor zonnepaneelhouders die voornemens zijn de BTW op de kosten van de zonnepanelen af te trekken. Indien aannemelijk wordt gemaakt dat de zonnepanelen voor meer dan 90% voor privédoeleinden worden gebruikt bestaat er geen recht op aftrek van BTW. De vraag is op dit moment hoe dit gaat uitwerken voor toekomstige zonnepaneelhouders of zonnepaneelhouders die voornemens zijn uit te breiden. Het zal in de praktijk moeilijk zijn om exact te achterhalen hoe veel procent van de energieopbrengst privé wordt gebruikt en hoe veel van de energieopbrengst wordt geleverd aan een energiemaatschappij.

Daarnaast heeft deze bijzondere maatregel gevolgen hebben voor de discussie rondom de BTW aftrek van bouwkosten van een nieuwbouwwoning met zonnepanelen. Indien een nieuwbouwwoning wordt gebouwd met zonnepanelen en de opbrengst van zonnepanelen uiteindelijk voor meer dan 90% wordt gebruikt voor privédoeleinden bestaat er geen discussie meer over het al dan niet aftrekken van BTW over de bouwkosten. De BTW is in een dergelijk geval niet aftrekbaar.

Geen 100% BTW aftrek wegens direct eigen gebruik 
Op 11 augustus 2020 heeft de Rechtbank geoordeeld dat een waterschap (BTW vrijgesteld), dat verantwoordelijk is voor het zuiveren van het rioolwater, die 100% van de BTW op de kosten van de door haar geplaatste zonnepanelen aftrok, de BTW niet voor 100% mocht aftrekken.  Het waterschap verwacht 42%, van de met de zonnepanelen gewekte energie, direct zelf te gebruiken en verwacht 58% te leveren aan de energiemaatschappij. De Rechtbank is, samen met de inspecteur, van mening dat er geen sprake kan zijn van 100% aftrek van BTW aangezien maar 58% van de opgewekte energie daadwerkelijk wordt geleverd aan de energiemaatschappij. Hierdoor is 58% van de kosten van de zonnepanelen te relateren aan BTW belaste prestaties en is er recht op een BTW aftrek van 58%.

Hierbij is van belang om op te merken dat een particulier, die zonnepanelen aanschaft, als BTW-ondernemer kwalificeert. Dit betekent dat ook de levering van energie aan de zonnepaneelhouder zelf kwalificeert als een BTW belaste prestatie waardoor 100% van de beoordeeld door de Rechtbank was er sprake van een vrijgestelde BTW-ondernemer waardoor het eigen gebruik van de energie van vrijgestelde BTW-ondernemer niet kan kwalificeren als een BTW belaste prestatie.

Gemeenschap van goederen en zonnepanelen
Indien in gemeenschap van goederen gehuwde partners investeren in zonnepanelen kan slechts de partner op wiens naam de energienota is gezet zich als BTW-ondernemer aanmelden.

Vragen en antwoorden BTW-heffing bij particulieren met zonnepanelen

2.1 BTW-ondernemers in verband met zonnepanelen

2.1.1. Kan ik er voor kiezen om geen BTW-ondernemer te worden?
U kunt niet kiezen om al dan niet als BTW-ondernemer te worden aangemerkt. U bent ondernemer als u regelmatig en tegen vergoeding door middel van uw zonnepanelen stroom levert aan uw energiebedrijf (in BTW-termen: u verricht hiermee BTW-belaste prestaties). U zult zeer waarschijnlijk wel onder de OVOB (voorheen KOR) kunnen vallen (zie 2.2.). 

2.1.2. Wanneer is sprake van een vergoeding?
Van een vergoeding is sprake als u van uw energiebedrijf een bedrag betaald krijgt voor de door u aan uw energiebedrijf geleverde (met uw zonnepanelen opgewekte) stroom. In de praktijk wordt vaak de zogenoemde ‘salderingsregeling’ toegepast. Dit houdt voor de BTW in dat de vergoeding voor door u geleverde stroom wordt verrekend met de te betalen vergoeding voor stroom die uw energiebedrijf aan u levert. In dat geval is de vergoeding voor de door u geleverde stroom gelijk aan het bedrag waarmee de inkoopprijs voor afgenomen stroom op basis van de salderingsregeling wordt verminderd. In het geval u meer stroom levert dan dat u afneemt, betaalt het energiebedrijf u voor het meerdere een afzonderlijke (redelijke) vergoeding. Het maakt geen verschil of u een zogenoemde  ‘slimme’ meter heeft of een analoge (= terugdraai) meter.

2.1.3. Moet ik me altijd bij de Belastingdienst melden als BTW-ondernemer?
Vanaf 1 januari 2020 moet u zich melden als BTW-ondernemer als u zonnepanelen aanschaft waarmee u stroom levert aan uw energiebedrijf. Als u particuliere zonnepaneelhouder bent, moet u hiervoor het formulier ‘Opgaaf Zonnepaneelhouders’ gebruiken. U vindt dit formulier op www.belastingdienst.nl door in het zoekscherm te zoeken op ‘Opgaaf Zonnepaneelhouders’. Rechtspersonen kunnen dit formulier niet gebruiken en dienen zich te melden via de Kamer van Koophandel of door gebruikmaking van het formulier ‘Opgaaf startende ondernemer’. Als u in verband met andere activiteiten al ondernemer bent, meldt u zich niet afzonderlijk als BTW-ondernemer voor uw leveringen van stroom aan het energiebedrijf. In dit geval moet u de aftrek en voldoening van BTW in verband met de levering van stroom via de zonnepanelen verwerken in de aangiften die u al vanwege die andere activiteiten indient. 

Als u in 2019 of eerder eenmalig BTW-aangifte hebt gedaan voor teruggaaf van de aan u berekende BTW over de aanschaf van zonnepanelen, bent u per 1 januari 2020 automatisch overgezet naar de nieuwe KOR/OVOB en hoeft u zich niet opnieuw te melden als ondernemer; zie hierna onder 2.2.2. Als u in 2019 of eerder zonnepanelen hebt gekocht maar u heeft zich niet als BTW-ondernemer gemeld en u hebt geen teruggaaf verzocht van de hiervoor in rekening gebrachte BTW op basis van de (reeds vervallen) veel gestelde vragen en antwoorden, wordt hierin berust en hoeft u zich niet alsnog te melden. 

2.1.4. Aanmelding door particuliere zonnepaneelhouder via Opgaaf Zonnepaneelhouders en aangifte doen
Na indiening van het formulier ‘Opgaaf Zonnepaneelhouders’ (zie ook 2.1.3.) krijgt u als particuliere zonnepaneelhouder een BTW-aangifte uitgereikt. Hierin kunt u de aan u in rekening gebrachte BTW over de aanschaf en installatie van de zonnepanelen als voorbelasting terugvragen. In deze BTW-aangifte moet u ook het verschuldigde BTW-bedrag over de opgewekte stroom aangeven (zie ook 2.6.). De BTW-belaste leveringen van stroom geven geen recht op aftrek van BTW op uitgaven voor andere goederen dan de zonnepanelen en voor andere diensten dan installatie van de zonnepanelen, die geen verband houden met de BTW-belaste leveringen van stroom aan het energiebedrijf, zoals uitgaven in verband met uw woning. Als u al zonnepanelen heeft en u koopt er nieuwe zonnepanelen bij of u vervangt uw oude zonnepanelen, zie 2.7. 

Als u maar één keer BTW-aangifte wilt doen voor de teruggaaf van BTW en de over het eerste jaar verschuldigde BTW, moet u op het formulier ‘Opgaaf Zonnepaneelhouders’ de keuze voor de KOR/OVOB aankruisen. Bij tijdige indiening, dat wil zeggen minimaal vier weken voor jaareinde, kunt u volstaan met een aangifte en wordt u daarna automatisch ontheven van verdere BTW-verplichtingen (zie 2.2.1.). Kiest u niet voor de KOR/OVOB, dan krijgt u elk kwartaal of elk jaar (als u daarom heeft verzocht) een aangifte uitgereikt en bent u verplicht om deze aangiften in te dienen (zie 2.2.3.) en periodiek BTW te voldoen over de opgewekte stroom. 

2.2. De nieuwe KOR/OVOB

2.2.1. Vanaf 1 januari 2020: reikwijdte en administratieve gevolgen 
Toepassing van de OVOB is mogelijk na aanmelding en als uw omzet per kalenderjaar niet méér bedraagt dan € 20.000. Als de OVOB van toepassing is voldoet u geen BTW (u bent daarvan dan vrijgesteld), maar hebt u ook geen recht op aftrek van BTW. Verder gelden voor u niet de administratieve verplichtingen zoals die voor andere ondernemers gelden. Alle ondernemers (dus ongeacht hun rechtsvorm) kunnen gebruik maken van de OVOB. De keuze voor de OVOB geldt voor ten minste drie jaar en is gunstig als u binnen deze termijn geen nieuwe investeringen in zonnepanelen of andere ondernemersactiviteiten voorziet. Zodra de omzetgrens wordt overschreden, is de OVOB niet meer van toepassing, ook als dit gebeurt tijdens de genoemde drie jaar. De meeste particuliere zonnepaneelhouders blijven onder de omzetgrens en zitten dan minimaal drie jaar vast aan OVOB-toepassing. Dit betekent dat de BTW op (onderhouds)kosten van de zonnepanelen of nieuwe investeringen in die periode niet voor teruggaaf van BTW in aanmerking komt. 

Als u zich als particuliere zonnepaneelhouder nog niet eerder als BTW-ondernemer hebt aangemeld, meldt u zich aan als ondernemer én voor de OVOB met het formulier Opgaaf Zonnepaneelhouders. Bij tijdige aanmelding voor de OVOB geldt dan dat: 

• De stroomleveringen aan het net en het privégebruik na de eerste aangifte buiten de heffing van BTW blijven,
• De BTW op de aanschaf en installatie van de zonnepanelen aftrekbaar is, en
• Er slechts eenmalig BTW-aangifte wordt gedaan, waarna de uitreiking van aangiften automatisch wordt stopgezet.

Andere ondernemers en rechtspersonen die de OVOB willen toepassen moeten zich hiervoor aanmelden via het formulier ‘Melding omzetbelasting KOR’. Zie 2.11. voor de gevolgen voor rechtspersonen die zonnepanelen aanschaffen.
Als u kiest voor de OVOB, kan dit soms leiden tot een verplichte terugbetaling (herziening) van de eerder bij aanschaf in aftrek gebrachte BTW vanwege het vrijstellingskarakter van de regeling. Bij een investeringsbedrag van minder dan € 14.404 (inclusief BTW) voor niet-geïntegreerde zonnepanelen vindt echter geen terugbetaling plaats. Voor geïntegreerde zonnepanelen geldt een maximaal investeringsbedrag van € 86.428 (inclusief BTW) onder welk bedrag geen terugbetaling hoeft plaats te vinden.
Op de website van de Belastingdienst kunt u hierover meer informatie vinden door in het zoekscherm te zoeken op ‘aftrek van BTW herzien vanwege de KOR’.

2.2.2. Automatische omzetting oude KOR naar nieuwe KOR en opzeggingsmogelijkheid 

Als u BTW heeft teruggevraagd over de aankoop van zonnepanelen in 2019 of eerder en daarna geen BTW-aangiften meer heeft ontvangen, hoeft u zich niet aan te melden voor de KOR. U wordt dan geacht de melding voor de toepassing van de KOR te hebben gedaan en u bent dan automatisch per 1 januari 2020 overgezet naar de OVOB (cf overgangsregeling artikel III, tweede lid Wet modernisering KOR). 

Voor u geldt dan niet de verplichte deelnametermijn van minimaal drie jaar. U kunt de OVOB op ieder gewenst moment opzeggen via het formulier ‘Melding beëindiging omzetbelasting KOR’. De OVOB is dan niet meer van toepassing met ingang van de eerste dag van het kwartaal dat minimaal vier weken na de ontvangst van de opzegging begint. Vanaf dat moment bent u voor ten minste drie jaren BTW-plichtig. U bent dan BTW verschuldigd over de opgewekte stroom en u ontvangt kwartaalaangiften BTW. Bent u een natuurlijk persoon, dan kunt u bij uw inspecteur verzoeken om het toezenden van BTW jaaraangiften. Hiervoor gelden wel voorwaarden (zie www.belastingdienst.nl; in het zoekscherm kunt u invullen ‘jaaraangifte omzetbelasting’). De eerste BTW-jaaraangifte ontvangt u pas voor het eerste volledige kalenderjaar na indiening van het verzoek. 

Een opzegging kan gewenst zijn in verband met nieuwe investeringen of met de start van te maken krijgen met het moeten betalen van BTW over eerder vrijgestelde omzet; zie 2.7.1.). 

Let op: (Automatische) toepassing van de OVOB leidt mogelijk tot een gedeeltelijke verplichte terugbetaling (herziening) van de destijds teruggevraagde BTW als uw uitgaven voor niet-geïntegreerde zonnepanelen in 2016 of later zijn gedaan en het in 2.2.1. genoemde bedrag overschrijdt. Voor geïntegreerde zonnepanelen is mogelijk terugbetaling aan de orde als de uitgaven in 2011 of later zijn gedaan (zie ook 2.2.1.). U dient de afmeldtermijn en de gevolgen daarvan dus goed in acht te nemen.

2.2.3. Geen keuze voor OVOB, dan wél periodiek aangiften
Als u bij aanmelding niet voor de OVOB kiest, ontvangt u voortaan kwartaalaangiften.

Goedkeuring
Ik keur goed dat het in 2.6. bedoelde jaarforfait ná het jaar van aanschaf wordt voldaan in de laatste BTW-aangifte van ieder kalenderjaar. Bij toepassing van deze goedkeuring geldt dat u de andere BTW-aangiften over dat kalenderjaar als zogenoemde nihilaangiften moet ondertekenen en indienen. Voor alle BTW-aangiften gelden de gewone regels voor het indienen van BTW-aangiften. Dit betekent dat ook de reguliere gevolgen gelden als een BTW-aangifte niet, niet tijdig, onvolledig of onjuist wordt ingevuld. Als u een particuliere zonnepaneelhouder bent mag u voor de verschuldigde BTW gebruik maken van het jaarforfait genoemd in 2.6. U kunt uw inspecteur dan verzoeken om in de toekomst BTW jaaraangiften toe te zenden. Deze ontvangt u pas met ingang van het kalenderjaar ná het jaar waarin u hierom heeft verzocht.

2.3. Wat is voor particuliere zonnepaneelhouders de termijn voor het terugvragen van de BTW op de kosten van de eerste aanschaf?
Om in aanmerking te komen voor BTW-teruggaaf op de eerste aanschaf moet u als particuliere zonnepaneelhouder binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin u de zonnepanelen heeft aangeschaft, verzoeken om uitreiking van een aangifte. U doet dit door binnen deze termijn het formulier 'Opgaaf Zonnepaneelhouders' in te dienen bij de Belastingdienst (waarmee u zich ook aanmeldt als ondernemer en, indien gewenst, voor de OVOB; zie ook 2.1.). De inspecteur reikt u vervolgens een BTW-aangifte uit voor verzoek om teruggaaf van de aanschaf-BTW ook de verschuldigde BTW te worden aangeven (zie vraag 2.6.). De inspecteur beslist op uw verzoek om teruggaaf bij een beschikking. Tegen deze beschikking kunt u binnen zes weken bezwaar maken. 

Als het verzoek om uitreiking van een BTW-aangifte na de hiervoor genoemde termijn van zes maanden wordt ingediend, wordt het als een verzoek om ambtshalve teruggaaf in behandeling genomen. Ambtshalve teruggaaf is mogelijk tot vijf jaar na afloop van het jaar waarin het recht op teruggaaf is ontstaan. Tegen de beslissing van de inspecteur op een verzoek om ambtshalve teruggaaf kunt u geen bezwaar maken. 

De termijn voor het terugvragen van de BTW staat los van de aanmeldtermijn voor de OVOB. Voor de OVOB geldt een aanmeldtermijn van minimaal vier weken voorafgaand aan het belastingtijdvak waarin de vrijstelling toepassing vindt. 

2.4. Welk deel van de BTW op de zonnepanelen krijg ik als particuliere zonnepaneelhouder terug?
Dat hangt af van de situatie:

2.4.1. Situatie A: zonnepanelen die niet tegelijkertijd als dakbedekking dienen (niet-geïntegreerde zonnepanelen).
U hebt op uw woning zonnepanelen laten aanbrengen die niet tegelijkertijd dienen als dakbedekking (ze dienen alléén om stroom op te wekken, het betreft dan niet-geïntegreerde zonnepanelen). U kunt dan het hele BTW-bedrag dat in rekening is gebracht voor de aanschaf en installatie van de zonnepanelen in aftrek brengen. U krijgt niet het volledige BTW-bedrag terug, u moet BTW voldoen over de stroom die u aan uw energiebedrijf levert en over de stroom die u opwekt en zelf gebruikt (zie ook vraag 2.6.). Die BTW verlaagt het per saldo te ontvangen BTW-bedrag in het tijdvak van de aanschaf. 

2.4.2. Situatie B: zonnepanelen die tegelijkertijd als dakbedekking dienen (geïntegreerde zonnepanelen).
U hebt op uw woning zonnepanelen laten aanbrengen die tegelijkertijd de functie vervullen van dakbedekking (zogenoemde geïntegreerde zonnepanelen). U mag dan slechts een deel van de BTW in aftrek brengen die voor de aanschaf en installatie van de zonnepanelen aan u in rekening is gebracht. U hebt in dit geval geen recht op aftrek van privégebruik van uitgaven met betrekking tot onroerende zaken, zoals uw woning waartoe de dakbedekking behoort. Daar staat tegenover dat u ook geen BTW hoeft te voldoen over de door uzelf opgewekte en gebruikte stroom. Geïntegreerde zonnepanelen hebben naast de functie van het opwekken van stroom ook de functie van dakbedekking. Het gebruik voor die functie (dakbedekking) en het gebruik voor het opwekken van stroom die meteen privé wordt gebruikt, wordt voor de BTW aangemerkt als privégebruik. Alleen de opgewekte stroom die u aan uw energiebedrijf levert geldt als gebruik voor belaste prestaties. De BTW die drukt op de aanschaf en installatie mag voor dat deel als voorbelasting in aftrek worden gebracht (zie vraag 2.6.). 

2.5. Waarover ben ik BTW verschuldigd?
U moet BTW voldoen over de vergoeding die u ontvangt voor de stroom die u aan uw energiebedrijf levert. Die vergoeding is bij toepassing van de salderingsregeling het bedrag dat wordt verrekend met de vergoeding die u aan uw energieleverancier betaalt voor de bij hem afgenomen stroom (zie ook 2.1.2.). Als u méér levert op het net dan dat u afneemt en u ontvangt hiervoor een vergoeding van de energiemaatschappij, dan behoort dit bedrag ook tot de vergoeding waarover u BTW verschuldigd bent. Als u niet-geïntegreerde zonnepanelen hebt bent u ook nog BTW verschuldigd over de stroom die u direct zélf verbruikt. U moet deze BTW berekenen over de zogenoemde marktprijs. De marktprijs is de prijs (inclusief energiebelasting en ODE, maar exclusief BTW) die u zou moeten betalen als u deze stroom zou hebben ingekocht bij het energiebedrijf. 

Als u geïntegreerde zonnepanelen hebt moet u alleen BTW berekenen over de vergoeding die u ontvangt voor de stroom die u aan uw energiebedrijf levert. Particuliere zonnepaneelhouders kunnen gebruik maken van de forfaitaire bedragen, zoals in 2.6. beschreven. 

2.6. Ik ben een particuliere zonnepaneelhouder. Hoe bereken ik de (aftrek van en de te betalen) BTW in geval van aanschaf en installatie van zonnepanelen?

2.6.1. Situatie A: zonnepanelen die niet tegelijkertijd als dakbedekking dienen (niet-geïntegreerde zonnepanelen).
In de BTW-aangifte over het tijdvak van aanschaf van de zonnepanelen die aan u wordt uitgereikt nadat u zich hebt aangemeld bij de Belastingdienst, kunt u de voorbelasting in aftrek brengen en moet u de verschuldigde BTW over de opgewekte stroom aangeven. Het saldobedrag van die BTW-aangifte is het bedrag dat u terugvraagt. Om de verschuldigde BTW te kunnen vaststellen zou u precies moeten weten hoeveel stroom u over een bepaalde periode aan het energiebedrijf levert en hoeveel stroom u direct zelf verbruikt. Ook zou u dan BTW in rekening moeten brengen aan uw energiebedrijf. In de praktijk is dit niet altijd vast te stellen of uit te voeren. Om doelmatigheidsredenen kunt u het hierna genoemde forfait toepassen. In dat geval vermeldt u in uw aangifte als verschuldigde BTW het voor u van toepassing zijnde forfait. De forfaits verschillen naar gelang het opwekvermogen van uw zonnepanelen en mogen niet naar tijdsgelang worden toegepast. Als u gebruik maakt van deze forfaits brengt u geen BTW in rekening aan uw energiebedrijf. 

Capaciteit in wattpiek per jaar Verschuldigde BTW in € volgens forfait
0 - 1000 20
1001 - 2000 40
2001 - 3000 60
3001 - 4000 80
4001 - 5000 100
5001 - 6000 120
6001 - 7000 140
7001 - 8000 160
8001 - 9000 180
9001 - 10000 200

Voorbeeld:

Voor de aanschaf en installatie van niet-geïntegreerde zonnepanelen heeft u een rekening ontvangen met daarop een BTW-bedrag van € 800. De zonnepanelen zijn niet-geïntegreerd, u kunt daarom het hele BTW-bedrag als voorbelasting in aftrek brengen. De zonnepanelen hebben een capaciteit van 2.800 Wp. 

Verschuldigde BTW: € 60,-
Voorbelasting: € 800,-
Terug te ontvangen BTW: € 740,-

Als het opwekvermogen hoger is dan 10.000 Wp kan geen gebruik worden gemaakt van het forfait. Voor dat geval zie 2.5. Het hiervoor genoemde forfait kan alleen worden toegepast door een particuliere zonnepaneelhouder.

2.6.2. Situatie B: zonnepanelen die tegelijkertijd als dakbedekking dienen (geïntegreerde zonnepanelen).
Op uw BTW-aangifte moet u de verschuldigde BTW aangeven. Hierop mag u de voorbelasting in aftrek brengen. Het saldobedrag van die BTW-aangifte is het bedrag dat u terugvraagt. Ook voor deze zonnepanelen geldt (zie 2.6.1.) dat u precies zou moeten weten hoeveel stroom u over een bepaalde periode aan het energiebedrijf levert en dat u hiervoor BTW in rekening zou moeten brengen. Ook hier geldt (zie 2.6.1.) dat dit in de praktijk niet altijd is vast te stellen. Om doelmatigheidsredenen kunt u het hierna genoemde forfait toepassen. In dat geval vermeldt u in uw BTW-aangifte als verschuldigde BTW het voor u van toepassing zijnde forfait. De forfaits verschillen naar gelang het opwekvermogen van uw zonnepanelen en mogen niet naar tijdsgelang worden toegepast. Als u gebruik maakt van deze forfaits brengt u geen BTW in rekening aan uw energiebedrijf. 

Capaciteit in wattpiek per jaar Verschuldigde BTW in € volgens forfait
0 - 1000 5
1001 - 2000 10
2001 - 3000 20
3001 - 4000 30
4001 - 5000 40
5001 - 6000 50
6001 - 7000 60
7001 - 8000 70
8001 - 9000 80
9001 - 10000 90

Voor de aftrek van de BTW op de aanschaf is van belang dat deze zonnepanelen naast de functie van het opwekken van energie ook een functie van dakbedekking hebben. Voor dit laatste gebruik heeft u geen recht op aftrek (privégebruik). Dit gebruik wordt gesteld op 50%. Dat wil zeggen dat de voorbelasting voor 50% wordt toegerekend aan de functie van stroomopwekking. Daarvan wordt vervolgens 2/3 deel gebruikt voor met BTW belaste prestaties. Er wordt uitgegaan van 2/3 omdat uit ervaringscijfers blijkt dat zonnepanelen gemiddeld genomen voor 2/3 deel gebruikt worden voor het leveren van stroom aan het energiebedrijf en voor 1/3 deel voor direct privéverbruik van stroom. Dit heeft tot gevolg dat u bij elkaar genomen 1/3 deel (2/3 x 50%) van de BTW die in rekening is gebracht voor de aanschaf en installatie als voorbelasting in aftrek kunt brengen.

Voorbeeld:

Voor de aanschaf en installatie van geïntegreerde zonnepanelen heeft u een rekening ontvangen met daarop een BTW bedrag van € 1.500. De zonnepanelen zijn geïntegreerd, u kunt daarom 1/3 deel van het BTW bedrag als voorbelasting in aftrek brengen. De zonnepanelen hebben een capaciteit van 2.800 Wp.

Verschuldigde BTW: € 20,-
1/3 deel van de voorbelasting: € 500,-
Terug te ontvangen BTW: € 480,- 

Als het opwekvermogen hoger is dan 10.000 Wp kan geen gebruik worden gemaakt van het forfait. Voor dat geval zie 2.5. Het hiervoor genoemde forfait kan alleen worden toegepast door een particuliere zonnepaneelhouder.

2.7. Ik ben een particuliere zonnepaneelhouder en heb al zonnepanelen maar wil zonnepanelen bijkopen. Kan ik de BTW hierop terugvragen? 
Twee situaties kunnen zich voordoen, waarvan de ene ziet op een eerste aanschaf in 2019 of eerder (zie 2.7.1.) en de andere op een eerste aanschaf in 2020 of een later jaar (zie 2.7.2.). 

2.7.1. Ik heb zonnepanelen aangeschaft in 2019 of eerder en ik wil in 2020 of een later jaar weer zonnepanelen (bij)kopen.
U bent automatisch omgezet naar de OVOB. Dit betekent toepassing van de vrijstelling zonder recht op aftrek. Omdat u automatisch bent omgezet naar de OVOB, bent u niet gehouden aan de minimale termijn van drie jaar en kunt u de OVOB op ieder moment opzeggen. Opzegging betekent wel dat u de eerstvolgende drie jaar vastzit aan BTW verplichtingen, waaronder periodieke BTW-aangifte en voldoening van BTW over de aftrekbelang van de nieuwe investering. 

Als u de BTW op de kosten van de zonnepanelen die u bijvoorbeeld in 2020 koopt in aftrek wilt brengen moet u de OVOB tijdig opzeggen, dat wil zeggen uiterlijk vier weken vóór het begin van het kwartaal waarin u de zonnepanelen aanschaft. Te late afmelding leidt ertoe dat u niet alle BTW op de kosten terug kunt krijgen. Afmelden moet u doen via het formulier ‘Melding beëindiging omzetbelasting KOR’. Vervolgens wordt aan u een BTW-aangifte uitgereikt. De BTW over de aanschaf en installatiekosten van de nieuwe zonnepanelen kunt u dan in aftrek brengen op deze BTW-aangifte. Hierop moet u dan ook de verschuldigde BTW over de opgewekte stroom vermelden, dus ingeval van een uitbreiding ook over de stroom die wordt geleverd met de eerder aangeschafte zonnepanelen. De Belastingdienst zal daarna periodiek BTW kwartaalaangiften aan u uitreiken. Voor het indienen van de aangiften gelden de gewone regels. Dit betekent dat ook de reguliere gevolgen gelden als een aangifte niet, niet tijdig, onvolledig of onjuist wordt ingevuld. Voor de verschuldigde BTW kunt u de hiervóór in 2.6. vermelde forfaitaire jaarbedragen gebruiken.

Goedkeuring
De goedkeuring zoals opgenomen in 2.2.3. is van overeenkomstige toepassing. Als natuurlijke persoon kunt u per het eerstvolgende kalenderjaar de bevoegde inspecteur om een BTW-jaaraangifte vragen. Als u heeft verzocht om het indienen van BTW-jaaraangiften geeft u het forfait aan in iedere BTW-jaaraangifte. Als u op enig moment ná de termijn van drie jaar de OVOB weer wilt toepassen moet u zich daarvoor tijdig aanmelden via het formulier ‘Melding omzetbelasting KOR’. 

2.7.2. Ik heb zonnepanelen aangeschaft in 2020 (of daarna) en ik wil in een later jaar weer zonnepanelen (bij)kopen.
Als u bij de aanschaf hebt gekozen voor toepassing van de OVOB, moet u de OVOB minimaal drie jaar toepassen, te rekenen vanaf het jaar volgend op het jaar van eerste aanschaf. Dat betekent dat u binnen die periode geen BTW kunt terugvragen. 

Na drie jaren kunt u de OVOB opzeggen. De opzegging kan pas ingaan per het eerstvolgende kalenderkwartaal dat minimaal vier weken na ontvangst van de opzegging start. Opzegging moet u doen via het formulier ‘Melding beëindiging omzetbelasting KOR’, deze aangiften kunt u de BTW terugvragen over investeringen in deze periode of eventuele herzienings-BTW met betrekking tot eerdere aankopen. In de periodieke BTW-aangiften moet u de BTW over de opgewekte stroom aangeven, dus ingeval van een uitbreiding ook de stroom die wordt opgewekt met de eerder aangeschafte zonnepanelen. Ook in dit geval kunt u als natuurlijke persoon voor het tweede en derde jaar de bevoegde inspecteur om een BTW jaaraangifte vragen. Deze ontvangt u pas met ingang van het kalenderjaar ná indiening van het verzoek tot jaaraangifte. Voor het indienen van de BTW-aangiften gelden de gewone regels. Dit betekent dat ook de reguliere gevolgen gelden als een BTW-aangifte niet, niet tijdig, onvolledig of onjuist wordt ingevuld. 

Als u particuliere zonnepaneelhouder bent kunt u voor de verschuldigde BTW de hiervóór in 2.6. vermelde forfaitaire jaarbedragen gebruiken. 

Goedkeuring
De goedkeuring zoals opgenomen in 2.2.3. is van overeenkomstige toepassing. Als u heeft verzocht om het indienen van BTW-jaaraangiften geeft u het forfait aan in iedere BTW-jaaraangifte. Als u bij het einde van de termijn van drie jaar (of later) de OVOB weer wilt toepassen moet u daarvoor tijdig een verzoek indienen (uiterlijk vier weken vóór aanvang van het gewenste tijdvak). Dit doet u via het formulier ‘Melding omzetbelasting KOR’.

2.8. Ben ik BTW verschuldigd over de subsidie die ik heb ontvangen? 
U bent geen BTW verschuldigd over de subsidie die u ontvangt voor de aanschaf van zonnepanelen. 

2.9. De zonnepanelen maken deel uit van een (huwelijks)goederengemeenschap. Wie moet zich aanmelden als BTW-ondernemer? 
In deze situatie zijn de eigenaren gezamenlijk ondernemer voor de gezamenlijke exploitatie van de zonnepanelen, maar alleen degene op wiens naam de energienota is gesteld kan zich als ondernemer voor de BTW aanmelden. 

2.10. Wat zijn de gevolgen wanneer ik andere activiteiten begin waarvoor ik BTW-plichtig word naast de exploitatie van de zonnepanelen waarvoor ik de OVOB toepas?
De OVOB geldt in beginsel voor alle ondernemersactiviteiten van een natuurlijk of rechtspersoon. De andere activiteiten van eenzelfde natuurlijk of rechtspersoon delen dus in de OVOB-vrijstelling, tenzij de omzetdrempel van € 20.000 wordt overschreden. Vanaf dat moment is de OVOB niet langer van toepassing en bent u BTW verschuldigd in verband met de exploitatie van de zonnepanelen en de andere ondernemersactiviteiten. Een vrijwillige beëindiging van de OVOB is alleen mogelijk als u automatisch bent overgezet naar de nieuwe KOR/OVOB (zie 2.2.2.) of als u de OVOB minimaal 3 jaar hebt toegepast. In deze gevallen kunt u dit doen via het formulier ‘Melding beëindiging omzetbelasting KOR’. Let wel op de opzegtermijn van minimaal 4 weken. 

BTW-ondernemer schaft zonnepanelen aan

Geen forfaitaire regeling voor afdracht BTW
Het hiervoor voor particulieren genoemde forfait voor zowel geïntegreerde zonnepanelen als niet-geïntegreerde zonnepanelen is niet van toepassing als in zonnepanelen wordt geïnvesteerd door bijvoorbeeld een eenmanszaak, VOF, maatschap of BV. De BTW moet dan worden berekend over de vergoeding die van de energiemaatschappij wordt ontvangen en over het privégebruik.

Voorbeeld: 
In een jaar wordt 2000 kilowattuur (kWh) door een VOF terug geleverd aan de energiemaatschappij. De vergoeding van de energiemaatschappij bedraagt 0,07 per kWh. Over deze vergoeding is € 29,40 BTW verschuldigd (2000 x € 0,07 x 21%). Met de zonnepanelen wordt verder 1000 kWh geproduceerd voor privé verbruik. Ook over deze stroom is BTW verschuldigd. Stel dat het bedrag voor ingekochte stroom € 0,19 per kWh bedraagt inclusief energiebelasting maar exclusief BTW, dan is over het privé gebruik € 39,90 BTW verschuldigd (1000 x € 0,19 x 21%).

Omzet naast exploitatie van de zonnepanelen telt mee voor de OVOB
De omzet die een BTW-ondernemer naast de exploitatie van de zonnepanelen behaalt met de BTW belaste prestaties moet worden meegeteld voor de omzetgrens van € 20.000 voor toepassing van de OVOB. Anders dan bij de particulier kan dan voor de exploitatie van de zonnepanelen minder snel van de OVOB gebruik worden gemaakt.  

Wat zijn de gevolgen van de OVOB voor rechtspersonen die zonnepanelen aanschaffen? 
Ook rechtspersonen zijn BTW verschuldigd over de opgewekte stroom conform de uitleg in 2.5. Het in 2.6. genoemde forfait kan niet worden toegepast door rechtspersonen. De BTW op de aanschaf van zonnepanelen is aftrekbaar voor zover ze worden gebruikt voor BTW belaste ondernemersprestaties, waaronder de levering van stroom aan de energiemaatschappij. Rechtspersonen die de zelf opgewekte stroom daarnaast gebruiken voor vrijgestelde of onbelaste activiteiten, zoals onderwijs of onbelast beheer van gemeenschappelijke ruimten door een vereniging van eigenaren, kunnen de BTW op zonnepanelen niet in aftrek brengen voor zover toerekenbaar aan dit gebruik. 

Rechtspersonen kunnen kiezen voor toepassing van de OVOB zolang de BTW belaste omzet onder € 20.000 blijft. In de hiervoor benoemde situaties dat een rechtspersoon al vrijgestelde of onbelaste activiteiten heeft en alleen in de heffing van BTW zou worden betrokken vanwege zonnepanelen, biedt de OVOB de mogelijkheid om buiten de BTW verplichtingen te blijven die samenhangen met de levering van stroom aan de energiemaatschappij.

De OVOB kan niet eerder ingaan dan in het eerste kwartaal dat begint minimaal vier weken ná de aanmelding. De OVOB eindigt bij vrijwillige opzegging na minimaal drie jaar of op het moment van overschrijding van de omzetdrempel. De OVOB-vrijstelling is dan niet meer van toepassing met ingang van de eerste dag van het kwartaal dat minimaal vier weken na de ontvangst van de opzegging begint. 

Als een rechtspersoon kiest voor de OVOB:

  • Stuurt de rechtspersoon geen BTW facturen,
  • Brengt de rechtspersoon geen BTW in rekening,
  • Kan de rechtspersoon voorbelasting niet in aftrek brengen, en
  • Doet de rechtspersoon geen aangifte omzetbelasting.

Voor de herziening van een eventuele eerdere aftrek als gevolg van de toepassing van de OVOB geldt de uitleg in 2.2.1., met dien verstande dat de daar genoemde grensbedragen alleen gelden als de BTW-ondernemer de aanschaf-BTW volledig in aftrek heeft kunnen brengen. Voor het later (bij)kopen van zonnepanelen geldt 2.7.2., met uitzondering van het kunnen toepassen van het forfait, de goedkeuring en het kunnen verzoeken om BTW jaaraangiften.

Als een rechtspersoon de OVOB wil toepassen, moet deze zich hiervoor aanmelden via het formulier ‘Melding omzetbelasting kleineondernemersregeling’ dat te vinden is op www.belastingdienst.nl. Als een rechtspersoon niet kiest voor toepassing van de OVOB, ontvangt deze BTW-kwartaalaangiften. Het is niet mogelijk om te verzoeken om BTW-jaaraangiften.

BTW-ondernemer met BTW vrijgestelde prestaties zoals een huisarts/school
Indien een BTW-ondernemer met BTW vrijgestelde prestaties zoals een huisarts of een school investeert in zonnepanelen bestaat recht op aftrek van BTW voor zover de zonnepanelen worden gebruikt voor BTW-belaste levering van stroom aan het net. Het eigen gebruik voor BTW vrijgestelde activiteiten levert geen recht op BTW-aftrek op.  De BTW vrijgestelde omzet van de huisarts/school telt niet mee bij het bepalen van de € 20.000 omzetgrens voor de OVOB.

De ondernemer met BTW vrijgestelde activiteiten kan bij een maximaal met BTW-belaste omzet van € 20.000 een beroep doen op de OVOB en daarmee BTW afdracht voorkomen. Omdat toepassing van de OVOB er toe leidt dat geen recht bestaat op aftrek van BTW doet de BTW-ondernemer er verstandig aan om in het jaar van aanschaf van de zonnepanelen geen beroep te doen op de OVOB en, indien mogelijk, voor de jaren daarna wel. Weliswaar zou dan eerder afgetrokken BTW door toepassing van de herzieningsregeling aan de Belastingdienst terugbetaald moeten worden, maar als de jaarlijkse berekende herziening maximaal € 500 bedraagt hoeft geen BTW terugbetaald te worden. 

Vragen en antwoorden inzake BTW bij aanschaf en exploitatie van zonnepanelen door scholen

Vraag 1: Kent u het bericht ‘Scholen liggen in de clinch met de Belastingdienst over zonnedaken’, uit het Friesch Dagblad van 28 december 2019?
Antwoord vraag 1: Ja. 

Vraag 2: Herinnert u zich de op 19 juni 2018 aangenomen motie Van der Lee en Dik Faber 2), waarin de regering werd verzocht het initiatief van de Stichting Schooldakrevolutie onder de aandacht te brengen van scholen en gemeentes en te betrekken bij de programma’s voor aardgasloze wijken en voor schaalvergroting in de verduurzaming van scholen?
Antwoord vraag 2: Ja. 

Vraag 3: Kunt u uitleggen waarom scholen net als particuliere zonnepaneelbezitters gezien worden als energieleveranciers en daardoor de BTW mogen aftrekken van de aanschaf van de panelen, en waarom scholen vervolgens niet zoals particulieren onder de zogeheten kleineondernemersregeling vallen (die geen BTW opgave meer hoeven te doen), maar volgens de wet geen economische diensten leveren en daarom niet vallen onder winstgevende bedrijven, waardoor ze over de stroom die ze aan het net terugleveren BTW dienen te betalen aan de Belastingdienst?
Antwoord vraag 3: Zonnepaneelhouders leveren stroom aan het elektriciteitsnet. Hiervoor krijgen ze een vergoeding van de energiemaatschappij. Op grond van het Fuchs-arrest van het Europese Hof van Justitie (20 juni 2013, nr. C-219/12) hebben ze dan te gelden als BTW-ondernemer. Dit betekent dat ze BTW zijn verschuldigd over de vergoeding die ze ontvangen voor de geleverde stroom. Voorheen konden alleen particuliere zonnepaneelhouders buiten deze BTW verplichting blijven omdat de kleineondernemersregeling (“KOR”) was voorbehouden aan natuurlijke personen. 

Sinds 1 januari 2020 geldt de nieuwe KOR/OVOB ook voor rechtspersonen zoals scholen. Scholen kunnen de OVOB toepassen als de belaste omzet (exclusief de vrijgestelde of onbelaste onderwijsomzet) op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 20.000. Scholen die alleen in de BTW heffing worden betrokken vanwege de belaste netleveringen, zullen in de regel onder deze grens blijven en zich kunnen aanmelden. De school is dan vrijgesteld van BTW en administratieve verplichtingen voor de stroomleveringen aan het net.

Daar staat tegenover dat de school bij toepassing van de OVOB geen recht op aftrek van voorbelasting heeft. Net als bij particuliere zonnepaneelhouders is het mogelijk om voor het jaar van aanschaf BTW af te dragen en BTW-aangifte te doen en pas daarna de OVOB toe te passen. De school heeft dan recht op aftrek van de BTW op de aanschaf van de zonnepanelen, voor zover deze worden gebruikt voor de met BTW belaste stroomleveringen aan het net. Een overgang naar de OVOB tijdens de vier jaar na het jaar van aanschaf kan leiden tot een herziening (dat wil zeggen een terugbetaling) van de eerdere aftrek. De herziening die aan het eind van ieder van deze jaren is verschuldigd bedraagt op jaarbasis 1/5 van de initiële aftrek, maar is niet aan de orde als dit bedrag onder de herzieningsdrempel van € 500 blijft. Bij overschrijding van deze drempel, wat zich kan voordoen bij een grote investering in veel zonnepanelen, kan ervoor worden gekozen om de OVOB pas toe te passen vanaf het vijfde jaar na het jaar van aanschaf.

Vraag 4: Kunt u aangeven hoeveel inkomsten de Staat eventueel zou derven als scholen voortaan wel zouden worden vrijgesteld van het afdragen van BTW over het terugleveren van stroom aan het elektriciteitsnet?
Antwoord vraag 4: De BTW die door scholen wordt voldaan over de levering van stroom aan het elektriciteitsnet vormt voor de Staat per saldo geen opbrengst. Deze BTW is namelijk aftrekbaar bij de energiemaatschappij. Een vrijstelling voor scholen ter zake van de levering van stroom aan het elektriciteitsnet betekent derhalve geen inkomstenderving voor de Staat. Er is eerder sprake van een opbrengst, omdat een dergelijke vrijstelling ertoe zou leiden dat scholen de BTW op de aanschaf van de zonnepanelen niet meer in aftrek kunnen brengen. Dat zou dus nadelig zijn voor scholen.

Vraag 5: Ligt het niet in de rede - mede omdat het kabinet achterloopt bij de opvolging van het bindende Urgenda-vonnis – maar ook omdat dit misschien niet in de letter, maar wel in de geest van de aangenomen motie Van der Lee en Dik-Faber 3) past, dat scholen voortaan worden vrijgesteld van het afdragen van btw over de stroom die ze terugleveren aan het net? En bent u bereid dit mogelijk te maken?

Vraag 6: Zo ja, per wanneer gaat u er zorg voor dragen dat deze BTW afdracht voor scholen, voor een activiteit die in het licht van de aanpak van klimaatverandering zeer gewenst is, komt te vervallen?

Vraag 7: Zo nee, waarom niet? kunt u dan tevens aangeven welke stappen er in juridische dan wel politieke zin nodig zouden zijn opdat de Kamer kan besluiten om dit voor scholen in de toekomst alsnog te gaan regelen?

Antwoord vragen 5, 6 en 7: Voor scholen die aan de eisen van de regeling voldoen biedt de OVOB vanaf 2020 een mogelijkheid tot BTW vrijstelling zoals toegelicht in het antwoord op vraag 3, waardoor ze geen BTW over de levering van stroom hoeven te betalen en geen aangifte hoeven te doen. Een BTW vrijstelling voor de netleveringen door alle scholen is niet mogelijk. De Nederlandse Wet OB is gebaseerd op en gebonden aan de Europese BTW richtlijn, die hiervoor geen ruimte biedt. Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 4 zou zo’n BTW vrijstelling bovendien het nadelige effect hebben van een aftrekuitsluiting voor de btw op de aanschafkosten van de zonnepanelen.

Vraag 8: Is het juist, zoals in het genoemde bericht wordt vermeld, dat de Belastingdienst nu uitgaat van een door scholenkoepel PCBO Tytsjerksteradiel in een rechtszaak bevochten lijn, die scholen veel administratieve lasten scheelt als het gaat om het bepalen van de stroom die wordt teruggeleverd (en waarover BTW verschuldigd is)?
Antwoord vraag 8: In de rechtszaak waarnaar wordt verwezen heeft de rechter in navolging van het standpunt van de Belastingdienst beslist dat een school rekening moet houden met het eigen gebruik van zonnepanelen voor het onderwijs. Omdat dit gebruik geen recht geeft op aftrek van voorbelasting, kan de school niet alle voorbelasting op de aanschaf van zonnepanelen in aftrek brengen. De aftrek is beperkt tot het gedeelte van de voorbelasting dat toerekenbaar is aan de met BTW belaste netleveringen. Hoe groot dit gedeelte is moet voor iedere ondernemer individueel worden bepaald aan de hand van de feiten en omstandigheden. Dit was en is de lijn van de Belastingdienst.

Vraag 9: Wat doet de Belastingdienst eraan om er voor te zorgen dat alle inspecteurs op zijn minst deze lijn volgen?
Antwoord vraag 9: De lijn zoals toegelicht in het antwoord op vraag 8 betreft reguliere toepassing van wet en rechtspraak waaraan alle inspecteurs zijn gebonden. Verder draagt de Belastingdienst zorg voor landelijke coördinatie van beleid en uitvoering langs de reguliere lijnen en structuren van de interne organisatie.

Vraag 10: Kan voor scholen (en andere instituten met niet-economische prestaties) eventueel een forfaitaire regeling in het leven worden geroepen, gelijksoortig aan die voor particulieren, aangezien dat de administratieve organisatie erg zou vereenvoudigen?
Antwoord vraag 10: De sinds 1 januari 2020 gewijzigde OVOB kan voor scholen een aanzienlijke administratieve lastenverlichting betekenen. Voor scholen die de OVOB niet willen of kunnen toepassen speelt geen bijzondere problematiek die een forfait rechtvaardigt voor de bepaling van de mate van aftrek. Iedere BTW-ondernemer die zowel belaste als vrijgestelde of onbelaste prestaties verricht dient rekening te houden met een gedeeltelijke aftrekuitsluiting voor de BTW op zijn investeringen en kosten. Het forfait voor particuliere zonnepaneelhouders ziet ook niet op de bepaling van de (gedeeltelijke) aftrek, maar betreft de verschuldigde BTW over de netleveringen en het eigen privégebruik.

Vraag 11: Werkt u, wellicht mede in reactie op het finale Urgenda-vonnis, aan de voorbereiding van meer verplichtend beleid om over alle school- en overheidsdaken (die dat kunnen dragen) een programma van PV-installaties uit te rollen?
Antwoord vraag 11: Het kabinet zet er op in om het aandeel zon-PV op overheidsdaken en maatschappelijk vastgoed (waaronder scholen) te vergroten. Het kabinet heeft in november 2019 een versnelling van de uitrol van zon-PV op Rijksdaken aangekondigd in aanvulling op het lopende programma Hernieuwbare energie op Rijks(waterstaat-)gronden (Kamerstuk 32813, nr. 403). Voor maatschappelijk vastgoed wordt momenteel een onderzoek gedaan naar de knelpunten voor verdere uitrol. Het kabinet voorziet echter geen verplichtend beleid om school- en overheidsdaken van zonnepanelen te voorzien.

Vraag 12: Bent u bereid, als bewindslieden van het ministerie van Financiën en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat om een heldere landelijke regeling te ontwikkelen voor scholen en verenigingen, waarin of een vrijstelling van BTW afdracht voor teruggeleverde stroom wordt geregeld, of op zijn minst alles in het werk wordt gesteld om de administratieve last van die BTW afdracht zo minimaal mogelijk te houden?
Antwoord vraag 12: Zie het antwoord op vragen 5, 6 en 7.

BTW op zonnepanelen en vereniging van eigenaren (VVE)

Door de exploitatie van zonnepanelen is een VVE BTW-ondernemer. Dat betekent dat de VvE een deel van de BTW op de aanschafkosten van de zonnepanelen kan terugvragen. Voor de verschuldigde BTW kan mogelijk gebruik worden gemaakt van de OVOB.

BTW op zonnepanelen en gemeente

Bepalend voor de aftrek van BTW is de fiscale duiding van het eigen gebruik. Hierna volgt een overzicht van type maatschappelijk vastgoed en het daarbij direct veronderstelde fiscale eigen gebruik door de exploitant van het vastgoed.

  • Theater, schouwburg, filmhuis, attractiepark: verrekenbaar op aangifte
  • Bibliotheek: verrekenbaar op aangifte
  • Sporthal-sportaccommodaties-zwembad (*): kostprijsverhogend
  • Gemeente-, provinciehuis: forfaitair
  • Gemeentewerf: compensabel, mengpercentage
  • Brandweerkazerne: kostprijsverhogend
  • Waterzuiveringsinstallatie: kostprijsverhogend
  • Gemeentelijke gemalen: compensabel
  • Waterschap gemalen: kostprijsverhogend
  • Multifunctionele accommodaties: mengpercentage
  • Gemeentelijke kinderboerderij: compensabel
  • Stichting kinderboerderij: kostprijsverhogend
  • Buurthuis: kostprijsverhogend
  • Jongerencentrum: kostprijsverhogend

Bovenstaande verdeling zal niet opgaan indien niet de exploitant van het vastgoed de zonnepanelen aanlegt maar een derde (bijvoorbeeld de gemeente als eigenaar). In dat geval ligt het eerder voor de hand dat geen sprake is van eigen gebruik maar van het leveren van energie aan het net. Wordt niet aan het net geleverd maar rechtstreeks aan de verbruiker, dan handelt de exploitant van de zonnepanelen als producent van elektriciteit (denk aan de energiebelasting!).

Termijn terugvragen BTW

Particulieren die nog geen BTW-aangiften indienen

Om in aanmerking te kunnen komen voor BTW-teruggaaf moet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de zonnepanelen zijn aangeschaft en de BTW is gefactureerd, aanmelding plaatsvinden bij de Belastingdienst en verzocht worden om uitreiking van een aangifte. De Belastingdienst heeft daarvoor het formulier ‘Opgaaf zonnepaneelhouders’ beschikbaar.

BTW-ondernemers die geen BTW-aangifte indienen omdat zij alleen BTW vrijgestelde prestaties verrichten moeten binnen 6 maanden na afloop van het jaar waarin is geïnvesteerd in de zonnepanelen de BTW terugvragen aan de Belastingdienst. Daartoe moet aan de Belastingdienst worden verzocht BTW-aangiften uit te reiken; het formulier ‘Opgaaf zonnepaneelhouders’ is hiervoor niet bedoeld.

BTW-ondernemers die al BTW-aangiften indienen

BTW-ondernemers die al BTW-aangiften indienen moeten de BTW terugvragen in de BTW-aangifte over het tijdvak waarin de BTW aan de BTW-ondernemer in rekening is gebracht.

Conclusie

Toepassing van de BTW-regelgeving op de exploitatie van zonnepanelen en het terugvragen van BTW op zonnepanelen is niet steeds een koud kunstje. Voor meer informatie en bij vragen kunt u contact opnemen.

Auteur

Vilsteren_van_Carola_foto.nieuw.jpg

mr. Carola van Vilsteren

Van Vilsteren BTW advies
Renkum
Specialisme(n): BTW
Profiel
Neem contact op voor een gratis consult
Fiscaalconsult

Fiscaalconsult is het kenniscentrum en online adviesplatform voor financiële of juridische dienstverleners, als ook controllers van ondernemingen die op zoek zijn naar fiscale expertise.

Fiscaalconsult
Kanaalpark 157
2321 JW Leiden

Volg ons op

 
Fiscaal nieuws ontvangen?

Fiscaal nieuws ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief met fiscale updates en ontwikkelingen. Gegevensverwerking en verzending overeenkomstig de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). U ontvangt maximaal 1 nieuwsbrief per week.

Controleer nu uw mailbox

U ontvangt een bericht met instructies om uw e-mailadres te bevestigen.

Fiscaalconsult © 2021. Fiscaalconsult is een onderdeel van Opgenoort Holding BV. Alle rechten voorbehouden. Privacybeleid en disclaimer

Calabi
1
0
1