Fiscaalconsult Fiscaal Consult

Geen coronareserve, maar wel verliesverrekening voor IB-ondernemers

 

Zorg bij een verlies in box 1 dat de aangifte inkomstenbelasting 2020 tijdig wordt ingediend. Hierdoor kan een voorlopige "carry-back"-beschikking worden afgegeven, waardoor IB-ondernemers sneller IB-teruggaves over de jaren 2017 t/m 2019 kunnen ontvangen.

19 Feb 21
Laatst gewijzigd: 19 Feb 21
kennis
Specialist: mr. Barbara Rijskamp

Door Corona zullen veel ondernemers in 2020 verlies hebben gedraaid, met name de ondernemers die verplicht stilgelegd werden door de corona-crisis. In het TV-programma “Crisis in de tent” van Herman den Blijker en Annemarie van Gaal zagen we een aantal horeca-ondernemers, waarbij ik het vermoeden heb dat zij de onderneming in de IB-sfeer dreven. Bij een BV is er iets meer vrijheid om de stekker eruit te trekken. Bij een eenmanszaak of vennootschap onder firma ben je ook privé aansprakelijk.  

Vorig jaar werd voor BV-ondernemers de coronareserve geïntroduceerd om de verliesverrekening voor 1 jaar terug, ook wel ‘carry back’ genoemd, te kunnen versnellen.

Recht op verliesverrekening voor 2017, 2018 en 2019

Voor IB-ondernemers geldt niet de faciliteit van een coronareserve. IB-ondernemers hebben de mogelijkheid het verlies uit 2020 eerst te verrekenen met ander inkomen in box 1 in 2020. Mocht er dan nog verlies resteren, dan wordt dit teruggewenteld naar het box I-inkomen van achtereenvolgens 2017, 2018 en 2019. Ook als er dat jaar geen sprake was van een onderneming!

Als het verlies groot genoeg is, komt de inkomstenbelasting van 2017, 2018 en 2019 terug. Om dit proces te versnellen is het zaak om de aangifte inkomstenbelasting over 2020 zo snel als mogelijk in te dienen en een verzoek te doen voor een voorlopige ‘carry back’-beschikking. De Belastingdienst is verplicht hieraan mee te werken en 80% van de belastingteruggaaf uit te betalen. 

Let op: soms ook terugbetaling heffingskorting

Er zijn een aantal heffingskortingen die uitbetaald worden voorzover de fiscale partner dit aan belasting verschuldigd is. De meest bekende is de uitbetaling van de algemene heffingskorting, de zogenaamde aanrechtsubsidie. Deze wordt inmiddels afgebouwd, maar als je geboren bent voor 1963 krijg je de volle 100%. In 2017 bedroeg de algemene heffingskorting € 2.254. Deze moet terugbetaald worden door de fiscale partner wanneer het inkomen van de belastingplichtige op nihil wordt gesteld door verliesverrekening. Over het effect van verliesverrekening en terugbetaling heffingskorting heb ik een apart artikel geschreven, met name over de gevolgen van de belastingrente.

Bijna geen lagere belastingrente door Corona

De spelregels voor belastingrente zitten ingewikkeld in elkaar. Om het simpel uit te leggen: als je belasting verschuldigd bent, ben je een half jaar na afloop van het belastingtijdvak ook belastingrente verschuldigd. Krijg je belasting vergoed, dan krijg je alleen in zeer uitzonderlijke situaties belastingrente vergoed.

Veel belastingplichtigen verkeren in de veronderstelling dat de belastingrente door Corona tijdelijk op 0,01% is gesteld. Dat geldt echter alleen voor de invorderingsrente (voorlopig tot 31 december 2021). De invorderingsrente wordt berekend gedurende de periode voor uitstel van betaling voor een reeds opgelegde aanslag. De belastingrente wordt berekend over de periode tussen einde belastingtijdvak (plus zes maanden) en opleggen van de aanslag (plus zes weken, de betalingstermijn).

Sinds 1 april 2014 bedraagt de belastingrente voor de inkomstenbelasting 4%. Alleen in het derde kwartaal van 2020 is de belastingrente tijdelijk verlaagd naar 0,01%. Dus bij uitstel voor het doen van aangifte loopt de belastingrente alleen maar op met thans dus 4% op jaarbasis.     

Bij verliesverrekening wordt er geen belastingrente vergoed, maar bij uitbetaling van de heffingskorting (deze moet bij verliesverrekening worden terugbetaald) wordt er wel belastingrente berekend.

Is terugbetaling heffingskorting wel terecht?

Overigens kun je je afvragen of het terecht is dat er terugbetaling wordt verlangd als het fiscaal partnerschap inmiddels is gewijzigd. Aan de ene kant worden wij als belastingplichtigen zelfstandig behandeld voor de inkomstenbelasting. Aan de andere kant wordt onze fiscale positie beinvloed door het fiscaal partnerschap. In het belastingjaar zelf is dit nog enigszins te rechtvaardigen. Dit wordt naar mijn mening anders als in een later belastingjaar (wanneer er geen sprake meer is van fiscaal partnerschap door scheiding of door overlijden) er rechtsgevolgen ontstaan die door het systeem van de wet van invloed zijn op de belastingpositie van de voormalige fiscaal partner. 

In een bezwaarprocedure heb ik de terugbetaling van de heffingskorting in een casus aangevochten, ook al was dit juist op grond van de AWR. De casus was als volgt: in jaar 1 was er sprake van winst uit onderneming en kreeg zijn echtgenote de algemene heffingskorting uitbetaald. In jaar 3 kwam zij te overlijden. In jaar 4 leed de ondernemer grote verliezen die werden teruggewenteld naar jaar 1. De belastingteruggaaf kwam zeer van pas, maar hij was verrast dat hij de heffingskorting van zijn inmiddels overleden vrouw moest terugbetalen. Dat was ik met hem eens. Immers: bij overlijden wordt de vermogenspositie vastgesteld. Op dat moment was er nog geen sprake van verlies uit onderneming. Mijn vraag aan de Belastingdienst: hoe kan het dat een rechtsfeit dat zich voordoet na overlijden van invloed is op de belastingpositie van een overleden persoon? Helaas heb ik nooit antwoord ontvangen van de Belastingdienst. Feit is wel dat de invordering van de opgelegde navorderingsaanslag nooit meer heeft plaatsgevonden. Kennelijk was de Belastingdienst het impliciet met mij eens.  

Conclusie

Zorg ervoor dat de aangifte inkomstenbelasting bij verlies uit onderneming tijdig wordt ingediend. Vergeet niet bij het recht op carry back een verzoek in te dienen voor een voorlopige teruggaaf.

Om de belastingrente te beperken is het ook verstandig tijdig de aangifte in te dienen. Bij liquiditeitsproblemen is het verstandiger om uitstel van betaling te vragen, omdat de invorderingsrente slechts 0,01% is.

Wanneer door verliesverrekening de heffingskorting van de partner terugbetaald moet worden, onderzoek dan de mogelijkheden of dit terecht is. Rechtsbeginselen zijn juist ontwikkeld om de belastingplichtige bescherming te kunnen bieden. Dit wordt in de praktijk weleens vergeten.

Een beter systeem zou zijn de verliesverrekening uit te betalen, voorzover er geen heffingskorting is uitbetaald aan de partner. Op die manier ontstaat er ook geen discussie over de belastingrente.

Barbara Rijskamp

Helder in Belastingen

Helder in Belastingen

mr. Barbara Rijskamp


NEEM CONTACT OP VOOR EEN GRATIS CONSULT