Fiscaalconsult Fiscaal Consult

Verhuur van kantoorruimte door de DGA aan de eigen BV: een economische activiteit voor de BTW?

 

Veel BTW-ondernemers hebben een kantoorruimte in de eigen woning. Gezien de corona-crisis zullen deze aantallen alleen maar oplopen. In tegenstelling tot de inkomstenbelasting is het binnen de BTW niet van belang om te constateren of er sprake is van een kwalificerende of niet-kwalificerende kantoorruimte.

17 May 21
Laatst gewijzigd: 17 May 21
kennis
Specialist: mr. Carola van Vilsteren

Voor de BTW is van belang of de ruimte door de huurder/DGA wordt gebruikt ten behoeve van de onderneming en er BTW belaste omzet wordt behaald. Daarnaast is het van belang om vast te stellen  of de verhuurder als BTW-ondernemer kwalificeert en de verhuur van de kantoorruimte een economische activiteit is voor de BTW.

We zien in de praktijk steeds vaker dat de Belastingdienst stelt dat er geen sprake is van een BTW-ondernemer op het moment dat de (onzelfstandige) kantoorruimte in de eigen woning van de DGA wordt verhuurd aan de BV.

Economische activiteit en Borsele-arrest

Economische activiteit

Er is sprake van het verrichten van economische activiteiten indien een vermogensbestanddeel wordt geëxploiteerd om daar duurzaam opbrengst uit te verkrijgen. Op het moment dat er wordt gekozen voor BTW-belaste verhuur en de kantoorruimte tegen vergoeding BTW belast wordt verhuurd aan de vennootschap, is er sprake van het exploiteren van een vermogensbestanddeel om daar duurzaam opbrengst uit te verkrijgen.

Borsele-arrest uit 2016

De Hoge Raad heeft in de zaak Borsele d.d. 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2600, geoordeeld dat er bij de vaststelling van een economische activiteit dient te worden gekeken naar alle omstandigheden waaronder de dienst plaatsvindt. Het feit dat er een tegenprestatie wordt ontvangen voor de dienst is niet voldoende om vast te stellen dat er sprake is van een economische activiteit. De gemeente Borsele bood geen prestaties aan op de algemene markt van personenvervoer, maar was zelf de ontvanger en eindverbruiker van de prestaties, die zij vervolgens aan de ouders ter beschikking stelde. Er was dus volgens de Hoge Raad geen sprake van een economische activiteit en dus geen BTW ondernemerschap. De BTW die in rekening was gebracht door de vervoersondernemingen was derhalve niet aftrekbaar.

Standpunt Belastingdienst: geen economische activiteit

De Belastingdienst stelt zich, onder verwijzing naar het arrest Borsele, op het standpunt dat er in een dergelijke situatie geen sprake is van een economische activiteit nu de verhuur niet openstaat voor derden. Overigens stelt de Belastingdienst dit niet alleen bij de verhuur van een kantoorruimte. Op het moment dat bijvoorbeeld een vakantiewoning uitsluitend wordt verhuurd aan de DGA, stelt de Belastingdienst ook dat er geen sprake is economische activiteit. Er is namelijk geen sprake van een externe markt nu uitsluitend de DGA gebruik mag maken van de vakantiewoning.

De vraag die hierbij opkomt is waarom Nederland eind 2020 een derogatieverzoek (een verzoek om te mogen afwijken van de Europese BTW-richtlijn) heeft gedaan met betrekking tot het uitsluiten van BTW-aftrek bij meer dan 90% privégebruik. De derogatiemaatregel voorkomt dat de BTW op investeringen die nauwelijks voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, eerst volledig wordt afgetrokken alsof deze investeringen volledig voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, en vervolgens wordt gecorrigeerd voor het werkelijke gebruik voor bedrijfsdoeleinden dat zeer beperkt is. De Europese Commissie heeft het verzoek nog niet goedgekeurd. Op het moment dat deze maatregel wordt goedgekeurd, is deze van toepassing van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023, met de mogelijkheid tot verlenging.

Als we zouden stellen dat, met inachtneming van het arrest Borsele, er geen sprake is van een economische activiteit en dus privégebruik, zou dit verzoek helemaal niet nodig zijn. De vraag is dan ook hoe het standpunt van de Belastingdienst zich verhoudt tot dit verzoek, maar hier is nog geen antwoord op gegeven door het Ministerie van Financiën.

Conclusie

Om te bepalen of de verhuur van een kantoorruimte kan worden aangemerkt als een BTW belaste economische activiteit met recht op aftrek van BTW, zijn de volgende vragen van belang:

Is de verhuurder BTW-ondernemer?

Is er sprake van een kantoorruimte in de eigen woning of in een afzonderlijk pand?

Is er sprake van een onzelfstandige of zelfstandige kantoorruimte?

Is er sprake van een algemene markt of een externe markt?

Is er sprake van een huurovereenkomst waarin is gekozen voor BTW-belaste verhuur?

Wordt de huur op de juiste manier gefactureerd?

Wat kunnen wij voor een ondernemer betekenen?

Op het moment dat een kantoorruimte wordt verhuurd aan de eigen BV is het van belang om alle omstandigheden in kaart te brengen. Elke situatie kan weer een ander gevolg met zich meebrengen, zeker nu de Belastingdienst steeds een strenger standpunt inneemt. Wij treden graag in overleg om te kijken wat dit in een specifieke situatie betekent. Dit geldt voor zowel bestaande als nieuwe situaties. Wij kunnen de situatie beoordelen en kijken hoe de strengere nieuwe aanpak van de Belastingdienst uitpakt. Neem contact met ons op voor meer informatie.

Carola van Vilsteren

Van Vilsteren BTW advies

Van Vilsteren BTW advies

mr. Carola van Vilsteren


NEEM CONTACT OP VOOR EEN GRATIS CONSULT
{{countbasket}}
.