Fiscaalconsult Fiscaal Consult

BTW en suppletie; loop geen onnodige BTW risico’s!

 

Wanneer een BTW-suppletie?

Zodra een ondernemer erachter komt dat hij een BTW-aangifte over een tijdvak dat gelegen is in de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist heeft gedaan, dan moet hij hiervoor een BTW-suppletie indienen. Op deze wijze kan de situatie worden gecorrigeerd. Het indienen van een BTW-suppletie vindt plaats door het digitale formulier op de website van de Belastingdienst te gebruiken. Van belang is dat op het suppletieformulier duidelijk wordt vermeld op welk tijdvak de BTW-suppletie zit. Dit formulier is te vinden op Belastingdienst | BTW-suppletie. Deze kan per post naar het op het suppletieformulier aangegeven adres worden gestuurd. Daarnaast kan de ondernemer ook inloggen op het beveiligde gedeelte van de website van de Belastingdienst, om de BTW-suppletie in te dienen. Hiervoor heeft de ondernemer inlogcodes nodig die door de Belastingdienst aan hem zijn uitgereikt. De Belastingdienst zal deze inlogcodes binnen 10 werkdagen na de aanvraag uitreiken.

Kleine correcties

Wanneer het gaat om kleine BTW-correcties hoeft hiervoor geen apart BTW-suppletieformulier te worden ingevuld en opgestuurd, maar kan de correctie in de eerstvolgende BTW-aangifte worden meegenomen. Dit mag als het gaat om te suppleren BTW-bedragen tot € 1.000. Hierbij moeten alle correcties bij elkaar op worden geteld. Het gaat hierbij zowel om te betalen als af te dragen BTW.

Boete

Om een boete te voorkomen moet de BTW-suppletie worden ingediend voordat de ondernemer weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de Belastingdienst met de desbetreffende onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden. Op het moment dat de Belastingdienst een boekenonderzoek aankondigt, is de BTW-suppletie niet meer tijdig ingediend. Hierdoor kan door de Belastingdienst een hogere boete worden opgelegd als de ondernemer pas een BTW-suppletie indient op het moment dat de Belastingdienst een boekenonderzoek aankondigt. Er kan door de Belastingdienst een verzuimboete en in bepaalde gevallen ook een vergrijpboete worden opgelegd. De verzuimboete wordt bij vrijwillige verbetering alleen opgelegd als het nog te betalen BTW-bedrag hoger is dan € 20.000 of als het te betalen BTW-bedrag van de BTW-suppletie hoger is dan 10% van de reeds over dat tijdvak betaalde BTW. De hoogte van de verzuimboete bedraagt 5 procent van het te betalen BTW-bedrag met een maximum van € 5.278. Heeft de suppletie betrekking op tijdvakken die in meer kalenderjaren of (gebroken) boekjaren vallen, dan legt de inspecteur per kalenderjaar of (gebroken) boekjaar een verzuimboete op. De vergrijpboete kan worden opgelegd als de BTW-suppletie niet wordt ingediend terwijl er wel BTW-schulden zijn. De vergrijpboete is doorgaans hoger dan de verzuimboete. Er kan een vergrijpboete worden opgelegd tot 100% van het BTW-bedrag dat nog moet worden aangegeven. Een vergrijpboete van maximaal 100% van het te betalen BTW-bedrag zal bij recidive kunnen worden opgelegd.

Plicht accountant/controller

De accountant heeft een zekere plicht bij het doen van BTW-suppletie. Wanneer een ondernemer een BTW-schuld heeft, zal de accountant hem erop moeten wijzen dat er een BTW-suppletie moet worden ingediend. De accountant kan de BTW-suppletie voorbereiden en deze door de ondernemer laten tekenen. Als de ondernemer weigert dan zal zijn accountant of controller op basis van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme (Wwft) hiervan melding moeten maken bij de KLPD, omdat het niet doen van BTW-suppletie als fraude kan worden aangemerkt.

Betalingsproblemen

Wanneer een ondernemer betalingsproblemen heeft en ontdekt dat hij BTW-schulden heeft die gesuppleerd moeten worden, kan het verleidelijk zijn om het doen van BTW-suppletie uit te stellen. Dit is niet verstandig, omdat hierdoor de boete hoog kan oplopen. Een BTW-suppletie zal ook ingeval van betalingsproblemen bij de ondernemer zo snel mogelijk moeten worden ingediend wanneer bekend wordt dat er BTW-schulden zijn. Vervolgens kan geprobeerd worden om met de Belastingdienst een betalingsregeling overeen te komen, om de betalingsproblemen bij de ondernemer niet verder te laten verergeren.

Conclusie

Wanneer er te weinig BTW is afgedragen door de ondernemer dan moet er een BTW-suppletie worden gedaan. Als dit niet gebeurt dan brengt dit consequenties met zich mee voor zowel de ondernemer zelf als zijn accountant. Wees er daarom bij het opmaken van de jaarstukken alert op of er nog BTW-schulden zijn. Deze zullen in dat geval gesuppleerd moeten worden. Kleine correcties tot € 1.000 kunnen in de eerstvolgende reguliere BTW-aangifte worden verwerkt.

Carola van Vilsteren

Van Vilsteren BTW advies

Van Vilsteren BTW advies

mr. Carola van Vilsteren


NEEM CONTACT OP VOOR EEN GRATIS CONSULT
{{countbasket}}