Fiscaalconsult Fiscaal Consult

Voorkom intrekking van de ANBI-status!

Onderbouw daarom de gevormde reserves!

 

ANBI’s en de risico’s van (niet redelijke) reservevorming

Het beschikken over reserves is voor particulieren en ondernemers een manier om voorbereid te zijn op mogelijke (toekomstige) bestedingen. Zo ook voor ANBI’s. Sterker nog, gesteld zou kunnen worden dat het getuigt van onvoorzichtig en dus onverstandig handelen om niet voor reserves te zorgen. Toch kan het vormen van reserves in de fiscaliteit tot (grote) problemen leiden waaronder:

  • Het verliezen van de ANBI-status;
  • Het onderworpen worden aan de vennootschapsbelasting.

Reservevorming en de ANBI-status

Om als ANBI gekwalificeerd te kunnen worden en te blijven, moet aan een aantal eisen worden voldaan. Een van de eisen waar de ANBI aan moet voldoen is dat deze niet meer vermogen mag aanhouden dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van de doelstelling van de instelling. Kort geformuleerd betekent dit dat het vermogen van de ANBI beperkt moet blijven, rekening houdende met het werk en het doel van de instelling. Dit wordt ook het 'bestedingscriterium' of de ‘anti-oppoteis’ genoemd. Dit is een open norm. Het doel van deze eis is dat niet-redelijke vermogensvorming (oppotten van vermogen) wordt voorkomen. Wat ‘redelijk’ is wordt niet nader uitgelegd en moet van geval tot geval worden beoordeeld. Duidelijk is dat dit criterium voor vermogensfondsen anders wordt toegepast dan voor fondswervende fondsen en voor kleine instellingen anders dan voor grote instellingen.

Zienswijze Belastingdienst over reservevorming is lastig voorspelbaar

Hoewel het criterium maatwerk mogelijk maakt, wordt in de praktijk door de belastinginspecteur regelmatig het standpunt ingenomen dat sprake is van niet redelijke reservevorming. De facto is de ANBI in de praktijk overgeleverd aan de soms lastig voorspelbare zienswijze van de inspecteur. Het geschil dat daarna voor de rechter wordt vervolgd geeft vervolgens geen garanties voor een ander (positiever) resultaat. De intrekking van de ANBI status is dan ook een reëel risico voor instellingen die in korte tijd en vooral aan het eind van het jaar veel donaties binnen halen en daarmee meer fondsen dan normaal over houden. Het helpt daarbij niet dat de inspecteur in de praktijk ook kritischer kijkt naar instellingen die doorlopende projecten hebben in plaats van in de tijd en omvang afgebakende projecten.

Reservevorming en de vennootschapsbelastingplicht

Wat verder niet over het hoofd mag worden gezien is dat, naast het mogelijke risico voor de ANBI-status, reservevorming in een concreet geval tot een ander groot risico kan leiden. De belastinginspecteur kan het standpunt innemen dat (mede) vanwege het vormen van reserves de ANBI onderworpen is aan de heffing van de vennootschapsbelasting. Dat in de statuten van de instelling expliciet is opgenomen dat de instelling geen winstoogmerk heeft, biedt dan weinig soelaas.

Hoe kunt u hier in de praktijk mee omgaan?

Om discussie over de ANBI-status als gevolg van de gevormde reserves met de belastinginspecteur te voorkomen, is het raadzaam de vermogensvorming duidelijk te motiveren. Immers, als de omvang, de verwachte bestedingsdoelen en de termijn waarop de bestedingsdoelen worden uitgevoerd maar duidelijk onderbouwd zijn dan zal de belastinginspecteur in de regel moeilijk kunnen volhouden dat sprake is van niet redelijke reservevorming. De onderbouwing dient (onder meer) te volgen uit:

  • de jaarrekening;
  • het beleidsplan;
  • een meerjarenbegroting en/of;
  • anderszins in de financiële administratie.

De ervaring leert dat alleen al het hebben van een of meer reserves naast een expliciet benoemde continuïteitsreserve, bijvoorbeeld met de benaming algemene reserve, al tot discussies kan leiden. Bovendien moet een continuïteitsreserve onderbouwd zijn en beschreven zijn in de hiervoor reeds genoemde relevante stukken van de instelling.

Houd er verder rekening mee dat het beschikken over de ANBI-status niet betekent dat de instelling als niet vennootschapsbelastingplichtig wordt of kan worden beschouwd. Mocht het risico van een vennootschapsbelastingplicht zich toch voor (kunnen) doen, dan betekent dit niet dat automatisch ook vennootschapsbelasting moet worden betaald. Zo bestaan in de wet op de vennootschapsbelasting diverse faciliteiten, waaronder een algemene vrijstelling voor stichtingen en verenigingen, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan het daarentegen gunstig zijn om als stichting of vereniging juist te opteren voor onderworpenheid aan de vennootschapsbelasting. Dit is in het bijzonder het geval als de instelling met aanzienlijk fluctuerende winsten en verliezen te maken heeft. Immers, zo worden bij de algemene vrijstelling voor stichtingen en verenigingen onder meer de winsten in verliesjaren gesteld op nihil.

Wilt u weten of uw cliënten risico’s lopen met betrekking tot hun ANBI-status of een mogelijke vennootschapsbelastingplicht? En wilt u weten wat de mogelijkheden zijn om (voor zover mogelijk) deze risico’s te beperken dan wel of de onderworpenheid aan de vennootschapsbelasting voor de instelling juist voordelen biedt? Neem dan vrijblijvend contact met mij op.

Samad Laghmouchi LLM MBA

L&I Advocaten

L&I Advocaten

mr. Samad Laghmouchi LLM MBA

030 2919920

NEEM CONTACT OP VOOR EEN GRATIS CONSULT
{{countbasket}}